Hessel Posthuma


Wie ik ben

Ik ben in 1947 in Leeuwarden geboren, heb in Leiden theologie gestudeerd en heb me daar gespecialiseerd in de uitleg van de Bijbel. Daarna heb ik in de automatisering gewerkt, bij de rijksoverheid, voor een commercieel softwarebedrijf en aan de faculteit Informatica van de Universiteit Twente. De reden voor deze overgang was dat ik boeddhistische oefeningen was gaan doen.
Jaren later en na rijp beraad ben ik boeddhist geworden. Niet omdat het Christendom voor mij had afgedaan, maar omdat het Boeddhisme mij methoden en technieken gaf om mijn leven leefbaar te maken. Ik heb altijd graag geschreven, naast brieven vooral informatieve stukken: opstellen, uittreksels, voordrachten, scripties, educatief materiaal en handleidingen (bij bv. software). Deze ervaring vormde, met mijn analytisch vermogen en discipline, de basis voor het schrijven van mijn boeken.
Ik ben pas laat getrouwd, met Inge Hoek, predikant; wij hebben twee kinderen, die beiden in Amsterdam studeren.


Waarom ik ben gaan schrijven

Toen mijn baan aan de Universiteit Twente werd opgeheven is mijn vrouw full-time gaan werken en heb ik de zorg voor onze kinderen en de huishouding op me genomen. Verder stelde mijn vrouw voor dat ik een boek over het Boeddhisme en het Christendom zou schrijven. Ik heb dat gedaan om een brug te slaan tussen Christenen en Boeddhisten, om aanhangers van beide godsdiensten te inspireren iets van elkaar te leren.
Christenen zouden mijns inziens vooral iets kunnen leren op het vlak van inkeer en meditatie en van de waarde die boeddhisten hechten aan het (boeddhistische) geestelijke pad; Boeddhisten zouden volgens mij iets kunnen leren op het vlak van praktisch mededogen, maatschappelijke betrokkenheid, kortom sociaal engagement.
Na zes jaar studeren, schrijven en lezingen geven is het boek in 2005 uitgegeven. Tijdens het werk voor dit boek zag ik ineens overeenkomsten tussen Augustinus’ beschrijving van het bewustzijn en het boeddhistische model daarvan. Maar niet alles wat op elkaar lijkt heeft ook een directe band met elkaar. Het heeft enkele jaren geduurd voor ik een aanknopingspunt vond en daarna kostte het vier jaar studeren en schrijven voor het tweede boek eind 2012 naar een uitgever kon.


Mijn manier van werken

Om te beginnen vorm ik me een idee van het onderwerp. Bij mijn eerste boek, waarin ik Christendom en Boeddhisme met elkaar vergelijk, was de omvang enorm. Naast een veeleisende baan heeft het twaalf jaar geduurd voor ik er enig licht in zag. Vervolgens werd ik uitgenodigd er lezingen over te geven.
Daardoor zag ik wat het schrijven in zou houden en welke keuzen ik moest maken. Terwijl ik doorging lezingen te geven heb ik de stof systematisch in vier delen gesplitst, per deel in vier hoofdstukken, en per hoofdstuk in drie paragrafen. Zo kon ik de stof per deel verdelen tot een overzicht van onderwerpen. Dat stelde me in staat om op willekeurig welk moment te beginnen en te eindigen met schrijven (een voorwaarde bij de zorg voor vrouw en kinderen).
Het tweede boek betrof een klein onderwerp. De vaste kern bestond uit de vergelijking van Augustinus’ beschrijving van het bewustzijn en die van het Boeddhisme uit zijn tijd. Een moeilijk onderwerp dat veel uitleg vereiste. Tijdens het schrijven heb ik pas ontdekt hoe zaken precies in elkaar zaten en wat ik weg kon laten. De rest van het boek is ontstaan door vragen van meelezers en door het geven van lezingen.


Mijn schrijftip

Wees vasthoudend in je doelstelling, en flexibel in de uitvoering. Als je eenmaal voor je ziet dat je een project af kunt maken, dan moet je dat ook doen. Bij het schrijven van mijn boeken heb ik veel tegenslag en tegenwerking ondervonden, veel kritiek en hoon gekregen, zelfs familie en vrienden verloren, ik heb de opzet van mijn eerste boek in één deel aan moeten passen en in die van mijn tweede boek regelmatig, maar, al moest ik wel eens bijkomen en me bezinnen, ik heb ze tot een bevredigend geheel afgerond.


Mijn boeken